Succes zit in de beleving en niet alleen maar in het resultaat.
Het was gisteren een gezellige namiddag in het kleine kamertje van Erik Sloan. Drie verschillende klimmers op drie vierkante meter grondoppervlak. Erik Sloan werkt in de Mountain Room Bar van Yosemite en heeft El Capitan ondertussen zeventig keer beklommen via zo’n dertig verschillende routes. Dean Potter is een schijnbaar onsterfelijke klimmer met bijzonder veel radicale beklimmingen op zijn naam in zowel Yosemite als Patagoinië. Tegenwoordig is hij geobsedeerd door BASE-jumpen, de menselijke variant van vliegen. En dan ikzelf, een klimmer die bang is gemaakt door de verwachte weersvoorspellingen en het niet ziet zitten om vol overgave het diepe in te springen, oftewel de wand in te gaan.
Als ik deze angst eerlijk aan mijn gesprekpartners voorleg knikken ze beiden begrijpend. Dean reageert als eerste verbaal: “It might be impossible to climb the last three pitches with these conditions, you’ll be screwed up there…” De avond eindigt, zoals iedere avond, met een biertje in de Mountain Room Bar. Om zeven uur lig ik in mijn tent. Het sneeuwen is begonnen en zachtjes tikken de vlokken op het tentdoek. De nacht is lang, want pas om zeven uur in de ochtend wordt het licht. Als ik wakker word is het muisstil in de tent, geen geluid van langsrijdende auto’s, geen getik van sneeuwvlokken op het tentdoek. De tent is bedekt met tien centimeter sneeuw wat ieder geluid buiten houdt.
Ondanks dat het stevig sneeuwt weet ik dat ik niet veel tijd te verliezen heb. Als ik Zenyatta Mondatta wil beklimmen moet ik zo snel mogelijk de wand in: Vol overgave, met de voeten van de vloer! Ik besluit naar het einde van mijn vaste touwen te gaan en terplekke in te schatten hoe de omstandigheden zijn en of ik nog een extra lengte wil fixen, of dat het gekkenwerk is om überhaupt door te gaan. Door de grote hoeveelheid sneeuw op de weg wordt het me verboden om te rijden. Had ik ook maar sneeuwkettingen moeten huren, nooit aan gedacht. Ik besluit de vier kilometer naar El Cap te gaan lopen. Het blijkt een geweldig mooie wandeling door de besneeuwde bossen. Het stuk omhoog naar het begin van de route is daarentegen extra lastig door de grote hoeveelheden sneeuw. Met vallen en opstaan kom ik onder aan mijn vaste touwen.
Snel begin ik met jumaren, maar het ziet er allemaal niet zo best uit. Copperheads zijn versiert met kleine ijspegels en de rots is nat of verijst. Mijn stijgklemmen die normaal zo lekker in het touw bijten glijden telkens langs het verijsde touw naar beneden. Pas als ik ze losmaak en schoon klop werken ze weer voor een aantal meter. Mijn klimmateriaal dat ik op standplaats vier heb achter gelaten hangt vastgevroren op me te wachten. Lengte vijf begint vanaf de standplaats met ruim tien meter klimmen op skyhooks, ijspegels kleven aan de wand. Voor vandaag weet ik genoeg, de route is veel minder goed beschermd tegen de elementen dan vaak wordt gezegd. Ik laat alles achter want nu een beslissing nemen vind ik te moeilijk. Ik vind het lastig om een route op te geven waaraan ik een paar dagen geleden met zoveel daadkracht begonnen ben.
Ondertussen is er ruim dertig centimeter sneeuw gevallen, gamaschen blijken hier in december tot de basisuitrusting te behoren…





Hoi Martin,
Succes, ik zal duimen voor wat betere omstandigheden. Hoe dan ook een dappere poging…
Greetz Bas
Hey Martin,
Cowboy! Succes & hopelijk mazzel met ‘t weer,
Rogier