Door een as wolk afkomstig van een vulkaan op IJsland lag een paar weken gelden het vliegverkeer in een groot gedeelte van Europa stil. Door een milde winter en een vroeg intrede van de zomer in het Arctisch gebied, word ik beperkt in wat ik eigenlijk wil. De temperatuur op Baffin Island is onwaarschijnlijk hoog voor de tijd van het jaar. Er ligt weinig sneeuw en de sneeuw die er ligt is nat en zacht. Volgens Inuit die net terug komen uit Sam Ford Fjord ligt er al smeltwater op het ijs en hebben spleten zich reeds gevormd. Zelfs de oudere Inuit hebben dit soort omstandigheden nog nooit van hun leven gezien in mei.

Het wordt me afgeraden om vier weken lang het Sam Ford Fjord in te gaan. Twee weken moet volgens de Inuit zeker kunnen, maar het is dan beter dat ik zelfstandig terug keer. Als ik lopend naar Clyde River terug ga kan ik stukken over land afleggen en ben ik veel flexibeler en lichter dan met een hondenteam of sneeuwscooter. Op de mijn kaart van het gebied hebben de Inuit de beste route ingetekend voor mijn terugtocht. Ook heb ik een GPS gekregen zodat ik mijn positie door kan geven als ik hulp nodig heb. De terugtocht zal ongeveer zeven dagen in beslag nemen. Door de beperkte tijd in Sam Ford Fjord en het beperkte gewicht dat ik mee terug kan nemen zal ik me deze reis richten op lichtgewicht, alpiene stijl beklimmingen.

Als ik de Inuit vraag hoe zij omgaan met de aanwezigheid van ijsberen, krijg ik een eenvoudig antwoord. “Doe wat zij doen.” Oftewel: Ik zal overdag slapen als het warm is en ik ga gedurende de nacht op pad. Op deze manier hoef ik me geen zorgen te maken dat ijsberen me storen terwijl ik in mijn tent ben. Ook mijn reis naar Sam Ford Fjord toe zal ’s nachts plaats vinden, de sneeuw is dan harder dus de honden worden minder snel moe. Als ik vraag hoelang de reis naar Sam Ford Fjord zal duren verschijnt er een glimlach op het gezicht van de Inuit. “Dat ligt eraan hoeveel zin de honden hebben, hoe vaak jullie een kamp moeten opslaan en of jullie lang bezig zijn met het vangen van zeehonden als voer voor de honden…”
Sinds gisteren waait de sneeuw met zestig kilometer per uur door de straten van Clyde River. Hopelijk kloppen de weersvoorspellingen en neemt vannacht de wind af zodat we morgen kunnen vertrekken. De natuur regeert…
May 19th, 2010 | Posted in Baffin Island 2010 | 2 Comments
Schiphol, 14 mei.
Hoewel ik niet precies weet wat me de komende veertig dagen te wachten staat, voelt het toch goed dat ik dit ga doen.
Ik zit te wachten op mijn vlucht terwijl honderden mensen in rap tempo aan me voorbij trekken. Het lijkt alsof ik stil sta in een ruimte die continue in beweging is. Ik hou ervan om stil te staan in de tijd en kijk er naar uit dat ook de ruimte om me heen tot stilstand komt. Ik ben onderweg naar Baffin Island waar alles zo langzaam beweegt dat zelfs de tijd lijkt stil te staan.

Ottawa, 15 mei.
Ik voel me het grootste gedeelte van de dag erg ontspannen en heb mijn tempo aangepast aan de hoeveelheid tijd die ik ter beschikking heb. Toch kruipt er af en toe een kriebel door mijn buik, een teken dat ik gespannen ben.
Een (voor mij) belangrijke vraag zal tijdens deze komende reis beantwoord worden. Ik wil namelijk al lang weten of ik in staat ben voor enige tijd helemaal alleen te zijn. Morgen ochtend vlieg ik naar het lege noorden…
De eerste les die ik tijdens deze reis geleerd heb: Wees constructief als je gespannen bent. Zorg dat je jezelf iets te doen geeft, ook al is het maar iets kleins.

Pond Inlet, 16 mei.
De vlucht van Ottawa naar Iqaluit verliep zonder problemen. Vanaf Iqaluit resten mij slechts een vlucht van twee en een half uur naar mijn voorlopige eindbestemming, Clyde River. Twaalf uur later zit ik in Pont Inlet.
Het begon allemaal met een standaard vertraging van twee uur. Toen we eenmaal met een vol vliegtuig (achttien personen) in de lucht zaten kreeg één van mijn medepassagiers een beroerte en moesten we terugkeren naar Iqaluit. Een heftige situatie aan boord van zo’n klein vliegtuig, met gelukkig een goede afloop.
Terug in Iqaluit de bagage van de desbetreffende persoon uit het vliegtuig gehaald, bijgetankt en opnieuw de lucht in. Na twee en een half uur vliegen zijn we tot een paar honderd meter boven Clyde River gekomen. Dichte mist zorgde ervoor dat we niet konden landen. Twee uur lang naar het zuidoosten gevlogen om in Qikiqtarjuaq opnieuw het vliegtuig bij te tanken, een half uur op de grond gestaan en toen opnieuw de lucht in. Terug richting het noorden. Clyde River voorbij en uiteindelijk in het veel noordelijk gelegen Pond Inlet geland. We kunnen nu vijf uur slapen en proberen morgen ochtend opnieuw in Clyde River te landen.
De tweede les die ik geleerd heb: Probeer met zo min mogelijk verwachtingen te leven, verwachtingen kunnen uitsluitend voor teleurstellingen zorgen.

Clyde River, 17 mei.
Zestien glimmende gezichten vanmorgen! Ondanks de bewolking hebben we toch kunnen landen! Ik ben in Clyde River!
Het lijkt alsof ik alle mensen hier herken, maar in werkelijkheid zal het waarschijnlijk meer het algemene gezicht der herkenning zijn. De Inuit voelen als bekende; hun doorleefde gezichten, hun sloffende manier van lopen en de sociale manier van met elkaar omgaan. Het voelt goed om weer wat tijd in het noorden door te brengen. Ik weet niet precies hoe ik het moet omschrijven, maar ik ervaar het leven hier als puur, zonder enige onnodige tierelantijnen.
Het is bijzonder warm voor de tijd van het jaar. Veel sneeuw is al gesmolten, mensen lopen in t-shirts en de ganzen zijn ook al aangekomen. Allemaal gebeurtenissen die zich normaal gesproken pas eind juni voor doen. Ik hoop dat dit geen invloed zal hebben op mijn voorgenomen plannen. Vanavond spreek ik met een paar Inuit die terug komen uit Sam Ford Fjord en hoop ik meer over de condities te horen. Zo blijkt maar weer, een reis naar het Arctisch gebied is altijd weer een avontuur.
May 17th, 2010 | Posted in Baffin Island 2010 | 1 Comment
De afgelopen maanden heb ik veel tijd besteed aan werken. Nu voelt het des te fijner om weer in rustig vaarwater te komen. Ik neem de tijd om me heen te kijken en geniet meer dan voorgaande jaren van de lente; het geluid van de vogels, het frisse jonge groen van de bomen en de zonnestralen die de wereld veranderen in een paradijs.
Ik weet niet of het komt door de strenge winter, of door het feit dat ik over twee weken afreis naar het Arctisch gebied van Canada, maar het voorjaar is in mijn beleving nog nooit zo mooi geweest.

Met de voorbereidingen gaat het goed, mijn zolder ligt vol met expeditiemateriaal en via e-mail heb ik foto’s ontvangen van een paar spectaculaire bergen in Sam Ford Fjord. Het is door deze foto’s wel moeilijker geworden om nog geen concrete plannen te maken. De onbeklommen oostwand van The Beak, de west pijler van Broad Peak en de noordwand van Polar Sun Spire komen steeds vaker in mijn gedachte op.

De reden dat ik geen plannen wil maken is eenvoudig, reizen is mijn doel. Of ik straks met een huurauto van Montreal naar Ottawa moet rijden, drie dagen lang over bevroren fjorden wordt voortgetrokken door een hondenspan, of dagen achtereen door een grote wand heen klim, het beleven van het moment is waar het voor mij om gaat.
Ik wil ‘de echte’ mens leren kennen, tijd ervaren als een natuurlijke cyclus en er voor mezelf achter komen of ik weken lang helemaal alleen kan zijn. Het is weer eens tijd voor wat anders…
de globe is rond
tal van stappen liggen er
vooruit,
niet in herhaling vallen
(Gedicht geschreven door mijn overbuurvrouw, Marja Boet.)
April 29th, 2010 | Posted in Baffin Island 2010 | 1 Comment
Het beklimmen van grote wanden heeft mij veel mooie ervaringen geschonken. Veel van mijn dierbare herinneringen houden verband met belevenissen in de verticale wereld. Alle facetten van het rots klimmen komen samen in het bigwall klimmen. Complexe touwtechnieken, hangende bivaks en de logistieke rompslomp van een bigwall beklimming vragen nog al wat van een klimmer. Toch is het voor veel klimmers haalbaar om iets dergelijks te ondernemen. Een gemotiveerd klimmer die zich de basistechnieken eigen heeft gemaakt is in staat om dagen achtereen in het verticale te verblijven en levenslessen te ervaren die nergens anders worden geleerd.

Het heeft mij vele jaren en beklimmingen gekost om de verschillende technieken onder te knie te krijgen en een systeem te ontwikkelen waarbij eenvoud en efficiëntie verenigd worden. Om deze kennis te delen organiseer ik in samenwerking met de Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging dit jaar een cursus Bigwall Klimtechnieken. Deze cursus heeft tot doel technieken en een referentiekader aan te bieden waarmee je zelfstandig op pad kunt.
Iedereen die ervaring heeft met het klimmen op mobiel zekermateriaal kan zich aanmelden voor deze cursus. Het programma, de data en de kosten voor deze cursus vindt je via deze link.

March 7th, 2010 | Posted in Algemeen | No Comments
Aan een van de muren van mijn werkkamer hangt een grote wereldkaart. Deze platte, gedrukte versie van onze aarde geeft me een bijzonder gevoel. Het lijkt alsof de wereld dankzij deze kaart altijd binnen handbereik is. Steeds als ik er naar kijk, speurend naar plekken die me fascineren, dwalen mijn ogen af naar de bovenkant van de kaart. Het Arctisch gebied en met name het Arctisch gebied van Canada fascineert me het meest. Op dit gedeelte van de kaart staat relatief weinig ingetekend en juist daarom wil ik er opnieuw naar toe.

Mijn twee eerdere expedities naar Baffin Island hebben me in dieper contact gebracht met mezelf en hebben me respect voor de wereld mee gegeven.
Het gebrek aan kleuren, het beperkte geluid en de wonderschone bergen creëren een magnetisch veld waar ik moeilijk omheen kan. De lokale Inuit stralen kracht en rust uit, zijn betrouwbaar gebleken en leven in nauw contact met de natuur. “De echte mens” zoals de vertaling van het woord Inuit luidt staat in mijn ogen dicht bij de waarheid. Veel mensen hebben geen duidelijk beeld van deze cultuur, en dat vind ik jammer want ik denk dat ze een goed voorbeeld zijn voor onze westerse maatschappij. Bij de echte mens vind nauwelijks verspilling plaats, is de balans met de natuur in evenwicht en helpen mensen elkaar in voor- en tegenspoed.
Mijn volgende expeditie zal dit voorjaar plaats vinden op Baffin Island en zoals ik er nu in sta zal het opnieuw een solo missie worden. Ik voel de bergen, wanden en routes van Sam Ford Fjord aan me trekken als een magneet…

January 17th, 2010 | Posted in Baffin Island 2010 | 2 Comments
Het is vroeg in de ochtend wanneer ik mijn laatste spullen in de auto laad. Ik vertrek op dit absurde tijdstip in de hoop dat de Ranchers nog slapen, omdat het verbod om zonder winterbanden of sneeuwkettingen de vallei uit te rijden nog steeds van kracht is. Ruitenwissers vegen met snelle slagen de ijzige regen van de voorruit. Alle spullen in de auto zijn drijfnat. Het is de afgelopen dagen zeker geen prettig weer geweest en er wordt geen verbetering voorspeld. Ik ben blij dat ik mijn heil ergens anders ga zoeken.

Met de twintig kilometer per uur die ik aanhoud lijkt het er op alsof ik stiekem de vallei uit probeer te sluipen en eigenlijk is dat ook zo. Als ik na een uur ingespannen rijden een bord passeer, waarop staat dat er vanaf dat punt geen controle meer is op sneeuwkettingen, valt er een last van mijn schouders. Nog een uur later draai ik highway 99 op richting het zuiden en gaat de auto op cruisecontrol. Ik voel me vrij om te gaan waar ik wil en heb mijn zinnen gezet op de woestijn van Joshua Tree.
Verspreid over meer dan 3000 km2 heuvelachtige woestijn liggen de meest bizarre rotsformaties. Iedere rots lijkt een abstract kunstwerk en prikkelt mijn fantasie en tijdsbesef. 100 Miljoen jaar geleden zijn deze formaties diep onder de aardkorst gevormd en vervolgens heel langzaam aan de oppervlakte verschenen. Sindsdien is er nauwelijks iets veranderd in dit gebied.

Het graniet van Joshua Tree heeft ronde vormen , soms met barsten en altijd bedekt met scherpe kristallen. Het is een heerlijk gebied om te klimmen, maar ik moet het de helft van de tijd bij wandelen houden. Mijn gevoelige vingers verdragen het contact met de rots niet lang. Ik onderneem wandelingen naar verlaten goudmijnen en struin het gebied af op zoek naar acceptabele routes om te soleren. De routes behoeven niet moeilijk te zijn, als ze mijn klimervaring maar verrijken. Hoog op de rots, met mijn handen solide verankerd in een spleet, voel ik me bevrijd van vooroordelen, mijn eigen verwachtingen en angst die aangepraat is door stemmen uit het verleden. Wanneer ik aan het einde van de dag zin krijg in gezelschap bezoek ik één van de vele kampvuren op de camping.
Terugkijkend op mijn laatste affaire met El Cap kom ik tot de eindconclusie dat ik pech heb gehad met het weer maar dat het goed van me was Zenyatta Mondatta te proberen. Zoals ik in mijn dichtperiode van december 1996 al schreef: Mijn leven kent slechts één gevaar, en dat is sterven met de gedachte had ik maar…
December 15th, 2009 | Posted in Algemeen | 1 Comment
Hoe vaak is het me als kind tijdens ons onbetwiste familieritueel niet gebeurd; Ik pak het pannetje van het gourmetstel bij de metalen steel vast en brand mijn vingers. Eerstegraads brandwonden; tien minuten met m’n vingers onder de kraan en hup weer verder bakken… Tijdens mijn laatste actie op El Cap gebeurde er net zoiets, maar dan licht bevriezen in plaats van verbranden. Eén moment van onoplettendheid en het is gebeurd.

Ik schrok van de handen die uit mijn natte handschoenen kwamen en besloot er een foto van te maken en deze de volgende dag op te sturen naar Ronald Naar, Nederlands klimmende bevriezingenspecialist. Hoewel hij er absoluut niet trots op is heeft hij veel ervaring met dit onderwerp en kan dus beter dan alle andere mensen die ik ken inschatten hoe serieus ik het moet nemen.
“Dit zijn bevriezingen; ik kan er helaas niets anders van maken.” Is de eerste reactie die ik van Ronald terug krijg. “Het grootste gevaar schuilt nu in het herbevriezen, dus als je dit morgen of over een week nog eens overkomt.” Ik neem de woorden van de edelman aan alsof het goud is. Tijd voor een volwassen keuze, tijd om de beklimming af te kappen en mijn spullen op een verantwoorde wijze uit de wand te halen. Hoewel het even slikken is kan ik mezelf er wel in vinden, ik heb genoeg m’n best gedaan.
Vandaag voor de laatste keer dit jaar naar El Cap toe, de wand in en daarna nog maar zien of ik zonder sneeuwkettingen de vallei uit kan komen zodat ik Kerst en Nieuwjaar kan vieren met familie en vrienden. Ik ben er wel weer aan toe om gezellig aan een tafel te zitten met mensen van wie ik houd. Toch kijk ik er alweer naar uit om El Cap onder betere omstandigheden opnieuw te treffen. Want deze absurde wereld gaat voorlopig niet vervelen..!

December 9th, 2009 | Posted in Algemeen | 1 Comment
Het was gisteren een gezellige namiddag in het kleine kamertje van Erik Sloan. Drie verschillende klimmers op drie vierkante meter grondoppervlak. Erik Sloan werkt in de Mountain Room Bar van Yosemite en heeft El Capitan ondertussen zeventig keer beklommen via zo’n dertig verschillende routes. Dean Potter is een schijnbaar onsterfelijke klimmer met bijzonder veel radicale beklimmingen op zijn naam in zowel Yosemite als Patagoinië. Tegenwoordig is hij geobsedeerd door BASE-jumpen, de menselijke variant van vliegen. En dan ikzelf, een klimmer die bang is gemaakt door de verwachte weersvoorspellingen en het niet ziet zitten om vol overgave het diepe in te springen, oftewel de wand in te gaan.
Als ik deze angst eerlijk aan mijn gesprekpartners voorleg knikken ze beiden begrijpend. Dean reageert als eerste verbaal: “It might be impossible to climb the last three pitches with these conditions, you’ll be screwed up there…” De avond eindigt, zoals iedere avond, met een biertje in de Mountain Room Bar. Om zeven uur lig ik in mijn tent. Het sneeuwen is begonnen en zachtjes tikken de vlokken op het tentdoek. De nacht is lang, want pas om zeven uur in de ochtend wordt het licht. Als ik wakker word is het muisstil in de tent, geen geluid van langsrijdende auto’s, geen getik van sneeuwvlokken op het tentdoek. De tent is bedekt met tien centimeter sneeuw wat ieder geluid buiten houdt.

Ondanks dat het stevig sneeuwt weet ik dat ik niet veel tijd te verliezen heb. Als ik Zenyatta Mondatta wil beklimmen moet ik zo snel mogelijk de wand in: Vol overgave, met de voeten van de vloer! Ik besluit naar het einde van mijn vaste touwen te gaan en terplekke in te schatten hoe de omstandigheden zijn en of ik nog een extra lengte wil fixen, of dat het gekkenwerk is om überhaupt door te gaan. Door de grote hoeveelheid sneeuw op de weg wordt het me verboden om te rijden. Had ik ook maar sneeuwkettingen moeten huren, nooit aan gedacht. Ik besluit de vier kilometer naar El Cap te gaan lopen. Het blijkt een geweldig mooie wandeling door de besneeuwde bossen. Het stuk omhoog naar het begin van de route is daarentegen extra lastig door de grote hoeveelheden sneeuw. Met vallen en opstaan kom ik onder aan mijn vaste touwen.
Snel begin ik met jumaren, maar het ziet er allemaal niet zo best uit. Copperheads zijn versiert met kleine ijspegels en de rots is nat of verijst. Mijn stijgklemmen die normaal zo lekker in het touw bijten glijden telkens langs het verijsde touw naar beneden. Pas als ik ze losmaak en schoon klop werken ze weer voor een aantal meter. Mijn klimmateriaal dat ik op standplaats vier heb achter gelaten hangt vastgevroren op me te wachten. Lengte vijf begint vanaf de standplaats met ruim tien meter klimmen op skyhooks, ijspegels kleven aan de wand. Voor vandaag weet ik genoeg, de route is veel minder goed beschermd tegen de elementen dan vaak wordt gezegd. Ik laat alles achter want nu een beslissing nemen vind ik te moeilijk. Ik vind het lastig om een route op te geven waaraan ik een paar dagen geleden met zoveel daadkracht begonnen ben.

Ondertussen is er ruim dertig centimeter sneeuw gevallen, gamaschen blijken hier in december tot de basisuitrusting te behoren…

December 8th, 2009 | Posted in Yosemite 2009 | 2 Comments
Toen ik een paar dagen geleden Yosemite Valley binnenreed was mijn eerste observatie hoe groot, donker, stil en koud het daar in December is! Alles is wit van de rijp en hoewel het middag was en de zon scheen, bleef het grootste gedeelte van de steile vallei in de schaduw. Desalniettemin besloot ik de volgende dag te gaan klimmen.

De afgelopen twee dagen ben ik bezig geweest met het fixen van de eerste vier touwlengtes van Zenyatta Mondatta (VI-5.8-A4). Nog nooit heb ik zulke moeilijke en spannende lengtes geklommen. Ik had niet gedacht dat ik ooit de moed zou hebben deze route solo en buiten het gebruikelijke klimseizoen te proberen. Zenyatta Mondatta staat al jaren op mijn lijst met ‘droom-routes’, maar de 600 meter hoge, continu overhangende en bijna gladde wand heb ik tot voor kort nooit durven beklimmen.

Het klimmen gaat goed. Iedere touwlengte tot op heden was een aaneenschakeling van heads, hooks, beaks en heel af en toe een piton of een cam. Skyhooks “verstevigd” met duct tape fungeerden in hachelijke situaties als tussenzekering. Door de grote temperatuursverschillen heb ik een handje vol heads los getrokken. Dat resulteerde in de eerste lengte in een vijftien meter lange val. Deze eerste vier touwlengtes waren mijn entree in een geheel andere wereld. Een absurde wereld . Ik kan de pionier van deze route, Jim Bridwell maar niet uit mijn hoofd zetten. Wat dacht die man toen hij daar als eerste naar boven ging? So far, so good?

Dat ik een uitdaging heb gevonden die bij me past kan ik duidelijk merken aan de spanning die dag en nacht aanwezig is. Ik weet dat ik de moeilijkheden van de route aan kan en de eenzaamheid prima kan verdragen maar nu word ik geconfronteerd met een ander dilemma, namelijk het weer. DE STORM is, overal waar ik binnen kom een geliefd onderwerp van gesprek. Regen, sneeuw en wind komen vanuit de Golf van Alaska deze kant op en zullen een einde brengen aan het mooie weer van de afgelopen weken. Steve Schneider, de enige andere klimmer op El Capitan heeft gisteren zijn biezen gepakt en is naar beneden gekomen uit zijn solo-project Genesis (VI-5.11b-A4+). Steve woont in de buurt en heeft deze tijd van het jaar niet veel te doen dus heeft hij honderden meters touw in de wand achtergelaten om op een later tijdstip naar zijn hoogste punt terug te keren. Zoveel tijd heb ik niet dus wacht ik het begin van de storm beneden af. Wanneer het inderdaad zo slecht wordt als de mensen hier hopen (want veel sneeuw brengt meer mensen naar de vallei en dat betekend meer geld..) dan zou het verstandig zijn om niet verder naar boven te gaan. De laatste drie touwlengtes van de route zijn wat vlakker en worden nat of zullen verijzen. Eind oktober 2007 hebben twee klimmers dagen moeten wachten tot het weer zodanig opgeklaard was dat ze de laatste drie lengtes konden klimmen. Ik voel er niks voor begin december in mijn eentje dezelfde gok te wagen. Voorlopig heb ik nu de tijd om weer eens te douchen en lekker een boek te lezen, so far, so good…
December 6th, 2009 | Posted in Yosemite 2009 | 2 Comments

In de Hoogtelijn (het blad van de Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging) van november 2009 verscheen een interview geschreven door Ernst Arbouw en met foto’s van Laurens Aaij.
Het verhaal: Opstand tegen de routine geeft een beeld van wat ik belangrijk vind als klimmer, maar bovenal wat ik belangrijk vind als mens. Stoere verhalen over beklimmingen van ongenaakbare bergen, hopeloze overlevingstochten en bijzondere, haast bovenmenselijke prestaties zijn niet aan mij besteed. Ik zie klimmen als een manier om mezelf te ontdekken en nader in contact te komen met mezelf en met anderen. Ik hoop dat het lezen van dit interview een beeld geeft over mij en wellicht een ander licht schijnt op wat in de volksmond “bergsport” wordt genoemd.
Klimmen (Juli 1996)
In eenzaamheid wil ik gaan, in het onbekende blijven staan.
Vrij van regels en wetten, gewoon mijn ene voet boven de andere zetten.
Klimmen naar nog onbekende toppen, hoge doelen.
Ontdekken leven en vooral; blijven voelen.
November 27th, 2009 | Posted in Algemeen | No Comments